‘We ervaren wat we geloven.’
Bijvoorbeeld: voor degenen die geloven dat veel eten en snoepen dik maakt, zullen de bewijzen daarvoor overvloedig zijn. Als je gelooft dat je ieder jaar griep krijgt, zal het lijken alsof je er een abonnement op hebt.
Veel mensen geloven dat je aankomt van veel en zwaar eten. Dat lijkt in veel gevallen op te gaan. Maar sommige mensen kunnen eten wat ze willen, ze komen geen grammetje aan. Hoe komt dat?
Je kunt het antwoord in genetische verschillen zoeken, maar de werkelijke oorzaak is hoe je over jezelf denkt. Dag in dag uit geven je gedachtenpatronen je leven en je lichaam vorm. Velen hebben een haat-liefde verhouding met hun lichaam. Hun negatieve patronen weerhouden hen ervan hun lichaam lief te hebben. Ze projecteren hun onvrede over zichzelf op hun lichaam. En ze geloven alles wat ze verteld wordt over ziekten en veroudering.
De mensen die programma’s zoals die van Louise Hay hebben doorlopen, vormen het bewijs dat mensen na herprogrammering echt alles kunnen eten wat ze maar willen zonder ook maar een onsje aan te komen.
Het is niet de omvang van je lichaam of je gewicht wat kan bepalen of je gelukkig bent.
We doen alles om gelukkig te zijn. Laten we het alvast maar zijn en niet wachten tot het lichaam gezond is. Ben je vrij als je lichaam gezond is of als je de volmaakte taille hebt? Of als je veel geld hebt? Een gezond lichaam is geen garantie voor geluk.
Zolang je je identificeert met een lichaam, ben je bezig met overleving, gezondheid en genot. Er is geen verschil tussen pijn en genot in de sterfelijke wereld. In de menselijke denkwereld is het lichaam een bron van zorg en angst.
Je lichaam is een instrument om deze wereld te ervaren en dat doet het op perfecte wijze. Alles wat je erin ziet is een ervaring die je blijkbaar bijzonder aantrok. De clou van ervaringen hier is, dat we ze uitproberen tot we ze echt niet meer willen en dat we leren hoe we andere ervaringen kunnen aantrekken.
Je lichaam komt overeen met je zelfbeeld, je innerlijk beeld van je lichaam en wat je ervan vindt. En dat is meestal weer afhankelijk van de heersende normen met betrekking tot het uiterlijk. Je lichaam drukt dus uit hoe je over jezelf denkt. Ook al je negatieve overtuigingen over jezelf en over je lichaam. Je negatieve gedachten zijn oude, vastgeroeste patronen, waarin je steeds weer terugvalt.
Om dat te veranderen, is een totale ommekeer in je denken nodig. Het is de bedoeling al je negatieve gedachten te vervangen door positieve.
Positieve gedachten zijn echter iets anders dan de meeste mensen denken. Want de meeste zogenaamde positieve gedachten zijn helemaal niet positief. Ze houden een tegenstelling in, dus blijven de negatieve gedachten gehandhaafd. En ze kunnen dan ook ieder moment weer de kop opsteken. Bovendien wordt elke overtuiging ook nog in stand gehouden door andere, zogenaamde ondersteunende gedachten. Als je bijvoorbeeld gelooft dat je te dik bent, heeft het dus geen zin te proberen dat te veranderen in een overtuiging dat je slank bent.
En als je jezelf niet goed vindt, precies zoals je bent, is er geen garantie dat dat zal veranderen als je de gewenste omvang hebt. Als je wenst dat je lichaam anders is, heb je er geen vrede mee. En je geniet er dan niet voldoende van. Laat je lichaam zijn zoals het is. Als je je lichaam accepteert, waardeer je jezelf, want je lichaam drukt je gevoelens over jezelf uit.
Je hebt het lichaam dat je wilde hebben, om de dingen te leren die je wilde leren in je leven. Alles wat ons pijn doet, kan ons helpen om op zoek te gaan naar ons ware zelf. En zodra we ons beginnen te herinneren wie we echt zijn, veranderen onze overtuigingen over onszelf en dus ook ons lichaamsbeeld. Dan is het lichaam niet meer ziek of gezond, slank of dik, het is alleen nog maar een nuttig instrument ten dienste van onze transformatie. Daarom kunnen we ons lichaam liefhebben, ongeacht de toestand waarin het zich bevindt.
Als je zou willen dat iets anders is aan je lichaam, kun je je afvragen waarom. Waarom denk je dat je gelukkiger zou zijn als je lichaam dikker, slanker, groter, kleiner, of wat dan ook zou zijn?
Je hoeft niet bezig te zijn met wat je eraan wilt veranderen, want dat bestendigt juist de situatie. Innerlijk zeg je dan aldoor tegen jezelf dat je lichaam niet deugt. En zo blijf je in die ervaring. Alles wat je in je lichaam ziet, is enkel een symptoom van een andere klacht. Het is je denkwereld die moet genezen. En je zult weten dat dat gebeurd is, wanneer er vrede en vreugde door je heen stromen.
Je hebt ook niet gedacht: ‘Nu zal ik mijn lichaam maar eens dik of mager of gebrekkig maken.’ Je voelde verdriet en weerstand en dat heb je zo lang uit je bewustzijn trachten te verdringen, dat het zich wel in een ander deel van jezelf, je lichaam, moest manifesteren. Elke weerstand komt altijd naar de oppervlakte, zodat je ernaar kunt kijken. Dat betekent niet dat je langdurig moet zwelgen in zelfmedelijden en je wentelen in verdriet.
Je kunt alleen iets mankeren door het aan te trekken, door je erop af te stemmen. Kijk naar je wereld. Waarop ben je afgestemd? Wat heb je aangetrokken in je ervaring?
Vraag jezelf af welke ervaringen je vaker wilt en hou ze vast in gedachten. Denk aan ze en wees dankbaar voor ze. Tel je zegeningen. Mocht er niets meer in je lichaam op de gewenste manier functioneren, dan kun je nog altijd dankbaar zijn voor je ademhaling of misschien alleen maar voor je bewustzijn.
En kijk dan in de spiegel zonder jezelf te vertellen hoe je eruit zou moeten zien en ontmoet de ogen van van de ziel.
Probeer het. Hoe zou je je voelen als je dat zou doen? Hoe zou je leven? Laat elk oordeel los dat zegt, dat je te dun of te dik bent, te oud of te jong, te kort, te lang, dit is lelijk, dat is niet goed, en al je veroordelende, vernietigende commentaar. Wacht niet tot je lichaam ‘volmaakt’ is, want de volmaaktheid duurt niet lang, zolang je nog deze plek van sterfelijkheid vasthoudt in je bewustzijn. En wat levert het je bovendien op? Waarom zou je bijvoorbeeld ‘slank’ willen zijn, wat dat ook mag zijn. Je zult misschien zeggen, dat je dan de kleding kunt kopen die je graag aan wilt. Maar waarvoor wil je die bepaalde kleding aan? Is het niet om een bepaald beeld te presenteren? En wat wil je daarmee bereiken?
Wacht niet op iets buiten je om gelukkig te zijn. Geluk is in je, het komt niet door iets buiten je. Het is levensvreugde, dankbaarheid, liefde en gelukzalige vrede, die door je heen stromen wanneer je het goddelijke in alles ziet. Zonder je oordelen leef je echt, je leeft in het heerlijke heden.’